Toen, op 17 juli…
Bij Koninklijk Besluit van 17 juli 1829 werd gemeenteraadslid Gerhardus Johannes Otto Dorus Dikkers benoemd tot kerkvoogd bij de hervormde gemeente te Borne.

Gerhard Dikkers werd te Vriezenveen gedoopt op 1 december 1782 als zoon van Jan Hendrik Dikkers, paardenhandelaar, en diens tweede vrouw Fenneken Mollink. Hij huwde in juli 1806 te Weerselo met Johanna Hendrika Lamberts (1778-1845). Het echtpaar kreeg acht kinderen. Gerhardus overleed op 30 november 1852 te Borne.
Op 28 september 1801 werd Dikkers ingeschreven aan de universiteit van Utrecht als student in de rechten. Deze studie sloot hij op 23 november 1804 af met het doctoraat. Beëdiging tot advocaat volgde een maand later. De voorbereiding op zijn maatschappelijke carrière werd afgesloten met een rondreis door België.
In 1812 werd hij aangesteld als ontvanger der directe belastingen te Borne en Hengelo, een functie die hij van 1813 tot 1816 combineerde met het burgemeesterschap van Weerselo. Tussen 1816 en 1823 was hij ontvanger-particulier in het gehele arrondissement Almelo. Na 1823 wijdde Dikkers zich aan het beheer van zijn omvangrijke onroerend goed en de vervulling van vele functies in het openbaar bestuur.
Door vererving, verantwoord beheer maar evenzeer door handel in onroerend goed werd Dikkers een zeer vermogende grondbezitter. In 1814 kocht hij de havezate Diepenheim om deze in 1818 met forse winst weer te verkopen. In 1819 verwierf hij het uitgestrekte landgoed Weleveld te Borne en vanaf 1820 tot omstreeks 1848 was hij mede-eigenaar van de havezate Oosterveen te Junne. Het gezin Dikkers woonde in huize ‘De Bornsche Molen’ te Zenderen (Borne).
Ook in het openbaar bestuur heeft Dikkers zijn sporen verdiend. In juli 1820 werd hij als vertegenwoordiger van de landelijke stand lid van de Provinciale Staten van Overijssel, waarin hij zitting hield tot 1850. Vanaf 1825 tot zijn overlijden was hij gemeenteraadslid, tot 1851 tevens wethouder van Borne.
Dikkers behoorde onmiskenbaar tot de Overijsselse elite van de eerste helft van de negentiende eeuw. Het verloop van zijn carrière week niet af van die van de overige, overwegend adellijke grootgrondbezitters in de provincie. Dikkers heeft door zijn landbouwkundige activiteiten en zijn streven naar een verbeterde infrastructuur zeker bijgedragen aan de latere economische expansie van Twente.
(Bron: Overijsselse biografieën)








