’t Leemgraam’n

Op de oudste kadastrale kaart van 1832 komt de katerstede nog niet voor. Het Leemgraam’n in Radewijk ontstond in het midden van de negentiende eeuw door een afsplitsing van het oude erve Bosman. Die afsplitsing was het resultaat van een boedelscheiding. De eerste eigenaren waren Hermannus Raben en Jennegien Veldsink en hun dochter Gesina Raben en echtgenoot Gerrit Snijders. Zij bouwden in 1861 een nieuw boerderijtje op hun pas verworven bouwland (legger 1776/3, sectie D-276). Het stond even ten oosten van de huidige garage van de buurtbus (de oude lijkwagenloods) aan de Radewijkerweg.

Fragment van kadastrale hulpkaart, d.d. 26 september 1861.

In 1859 was Gesina Raben te Ambt Hardenberg in het huwelijk getreden met Gerrit Snijders uit Brucht, een nakomeling van de bewoners van de Sniederije in Radewijk. Vier maanden na hun huwelijk werd het eerste kindje geboren, een dochtertje. Zij kreeg de voornaam Geesje, vernoemd naar oma Veldsink. Hierna kreeg het echtpaar nog twee dochters: Geertruida (1861) en Jennigjen (1863). Slechts vier jaar later stierf Gerrit Snijders op 38-jarige leeftijd, zijn vrouw met drie kleine kleutertjes achterlatend. Niet vreemd zien we haar een jaar later, in 1868, trouwen met Albert Leemgraven, zoon van Warse Leemgraven en Willemina Nijzink uit Holtheme. Indertijd was het gebruikelijk dat een weduwe met kinderen binnen korte tijd hertrouwde, omdat ze meestal zelf niet in het onderhoud kon voorzien. Het werken op de boerderij en de zorg voor de kinderen waren twee volledige dagtaken. Met de komst van Albert Leemgraven is ook de bijnaam voor de latere bewoners van de katerstede te verklaren. Anderhalve eeuw later kennen nog altijd vele Radewijkers de woning aan de Radewijkerweg nr. 35, als dat van Leemgraam’n.

Ook uit het huwelijk van Albert en Gesina zijn drie kinderen geboren, genaamd: Geertruida (1869), Willem (1873) en Willemina (1875). In 1874 behoorde het gezin van Warse Leemgraven tot de drie meest gegoede families van Radewijk. Samen met Egbert Broekroelofs waren zij op de lijst voor personele of hoofdelijke omslag (gemeentelijke belastingen) ingeschaald in klasse 5, hetgeen hen ƒ 6,50  belasting kostte. Alleen Gerrit Jan Jonkhans (van het erve Stubben) moest meer belasting betalen. Hij was ondergebracht in belastingklasse 3: goed voor een verschuldigd bedrag van ƒ 9,36.

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1873. Sectie D-942.
Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant, 1 september 1874.

Op 29 augustus 1874 brandde het gehele huis door onbekende oorzaak af. De inboedel, de ingeoogste veldproducten, twee varkens en twee schapen vielen ten prooi aan de vlammen. Slechts het huis was tegen brandschade verzekerd. Met het geld dat door de brandwaarborgmaatschappij werd uitgekeerd kon een nieuwe woning worden gebouwd. Niet op dezelfde plek als de oude, maar tweehonderd meter zuidelijker, dichterbij de Radewijkerbeek. Op 20 juni 1876, bijna twee jaar na de brand, kon men de nieuwe woning pas betrekken.

Het in 1876 nieuw gebouwde boerderijtje van de weduwe Snijders-Raben (het latere Leemgraam’n).
Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1876.

De oudste dochter uit het eerste huwelijk van Gesina Raben met Gerrit Snijders, genaamd Geesje Snijders, trouwde in 1882 met Gerrit Jan van Faassen uit Lutten. Zij bleven wonen op de ouderlijke boerderij en zorgden voortaan voor de gehele bouwerie. Ook dit echtpaar werd gezegend met drie kinderen, allen dochters: Gesina Dederika (1888), Lubbertha Alberdina (1893) en Gerritdina Willemina (1896). Voor de opvolging kon het dan ook niet anders dan dat opnieuw een dochter de boedelhoudster zou worden. Dat werd Gesina Dederika van Faassen. Zij trouwde in 1909 te Ambt Hardenbrg met Berend Jan Wolbink van de Venebrugge, zoon van Teunis Wolbink en Frederika Prenger.

Berend Jan en Sina trouwden zeer jong; hij was 21, zij 20. De reden van dit vroege huwelijk was dat de vader van Sina, Gerrit Jan van Faassen, veel ziek was en er nog geen opvolger was voor het voortbestaan van de boerderij in Radewijk. In 1909 kwam zo de eerste generatie van deze familie Wolbink in Radewijk wonen op de boerderij van de familie Van Faassen, beter bekend als t spil van Leemgraam’n. Bruidegom Berend Jan had alvorens te trouwen jarenlang de kost verdiend door hard te werken als boerenarbeider. Op elfjarige leeftijd diende hij al bij Willem Iemhoff te Wielen, die hem meerdere keren verkondigde: Ik gun oe ‘t etten wa, maar die tied, die tied…. 

Het echtpaar Wolbink kreeg zes kinderen: Gerrit Jan (1910-1911), Gerrit Jan (1912), Teunis (1913), Gerard (1916), Geesje (1920) en Frederika Willemina (1923-1933). Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog werd Berend Jan verplicht voor de mobilisatie aan te treden als hospik. Later vervulde hij vele bestuursfuncties. Zo was hij lange tijd diaken in de kerk te Hardenberg en maakte hij in 1937 deel uit van het oprichtingsbestuur van de Christelijke Historische Kiesvereniging. In 1946 werd hij door het bestuur van die vereniging met meerderheid van stemmen voorgedragen als kandidaat voor de gemeenteraadsverkiezing. Ook vervulde hij lange tijd diensten als bestuurslid van de christelijke school in Radewijk.

Zoon Gerrit Jan Wolbink trouwde in 1940 met Jennigje von Eije en vestigde zich aanvankelijk op de ouderlijke boerderij. Het vak van landbouwer lag hem niet, zodat hij zich bekwaamde als verzekeringsagent. Hierdoor ontstond de situatie dat de volgende zoon, Teunis Wolbink, werd aangewezen om de boerderij van zijn ouders voort te zetten. Diens broer, Gerard Wolbink, verhuisde al op jonge leeftijd naar het westen des lands om te gaan werken als verbandmeester bij de Koninklijke Hoogovens. Zus Geesje zocht haar heil ook ver van huis. Zij werd verpleegster en werkte onder andere in een herstellingsoord nabij Arnhem. Het jongste dochtertje, Frederika Willemina, overleed op tienjarige leeftijd aan de gevolgen van een hersenvliesontsteking. Indertijd was het ziekenhuis in Hardenberg nog maar net geopend. Het had een capaciteit van zeven bedden. Toen deze alle bezet waren, bood zuster Bijl aan om Frederika thuis te verplegen. Die hulp kon echter niet voorkomen dat ze stierf, op 18 juni 1933 te Radewijk.

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1934.

Zoals gezegd zou Teunis Wolbink, alias Tunnies van Leemgraam’n, de ouderlijke boerderij voortzetten. Hij trouwde in mei 1944 met Hindrika Gezina Timmer uit Baalder. De twee leerden elkaar kennen op het Vildegerfeest. Omdat Teunis destijds als knecht werkzaam was bij Dijkman aan de Waterkante te Gramsbergen en Rika diende bij Van de Poll te Loozen werd er getrouwd in het gemeentehuis van Gramsbergen. Kerkelijk behoorden ze beiden echter tot de hervormde gemeente van Hardenberg, alwaar ze dan ook in de kerkelijke echt werden verbonden.

Kadastrale hulpkaart, anno 1942.

Na het huwelijk ging het echtpaar eerst wonen in het bakhuis bij Van de Poll in Loozen. Iets meer dan een jaar na het trouwen, op 26 mei 1945, werd daar de eerste zoon geboren, vernoemd naar zijn opa van vaders zijde: Berend Jan. Het wonen in Loozen was niet van lange duur, omdat Teunis en Rika in mei 1946 verhuisden naar het ouderlijke huis van Teunis in Radewijk. In 1946 bestond de boerderij op het adres I-74 in Radewijk alleen uit het oude huis, een bakhuis en een oude kapschuur. Op 25 september 1947 werd daar hun tweede zoon Hendrik geboren, vernoemd naar de opa van moeders zijde.

Enkele maanden na de geboorte van zoontje Hendrik, overleed opa Berend Jan Wolbink in het ziekenhuis te Hardenberg aan de gevolgen van een te diepe narcose. Hij was 60 jaar oud toen hij op 20 januari 1948 de ogen voor altijd sloot. Enkele dagen later werd hij begraven op het oude kerkhof Nijenstede aan de Stationsstraat in Hardenberg, in het familiegraf van de familie Van Faassen. In het notulenboek van de Christelijke Historische Kiesvereniging van Radewijk, dat sinds de oprichting op 24 maart 1937 bewaard wordt door de familie Wolbink, staat de volgende aantekening vermeld over het overlijden van Berend Jan:

…. er wordt door de voorzitter een ogenblik stil gestaan bij het zo plotseling overlijden van de secretaris Berend Jan Wolbink, die sedert 1937 secretaris der kiesvereniging was en tevens bestuurslid van de gemeentelijke kiesvereniging. Hij schetste de overledene als een man die zich steeds bewust was van het uiteindelijk doel de handhaving van Gods eer en sprak tevens de wens uit dat God het gezin Wolbink verder moge zegenen en zei: als wij in de geest van de overledene voort werken, zullen wij daarmee de ontslapene eren ….

Het eerste dochtertje van Teunis en Rika werd geboren op 13 januari 1951, genaamd Gesina Dederika, net als haar oma van vaders zijde. Opnieuw vier jaar later werd het laatste kind geboren, en wel Geesje, geboren op 29 maart 1955 en vernoemd naar Geesje Nijman, naar de oma van moeders zijde. Enige jaren na de geboorte van hun laatste kind werd gestart met de bouw van een nieuwe koeienstal, waar de beesten voor het eerst op oudejaarsdag 1959 een droog onderkomen vonden. Een kleine drie jaar later bleek de stal al te klein en werd het onder andere met een aantal kalverhokken en een hooizolder uitgebreid.

Weduwe Gesina Dederika Wolbink-van Faassen stierf 17 jaar na het overlijden van haar man. Ze was 76 jaar oud toen ze op 17 februari 1965 overleed in Radewijk. Het oude huis was aan het eind van de jaren zestig in zo’n slechte staat dat besloten werd tot nieuwbouw. De halfsteens muurtjes waren er de oorzaak van dat, zoals men wel eens opmerkte, het binnen vaak nog harder vroor dan buiten. De oude woning had er bijna honderd jaar lang gestaan (vanaf 1876). Het was op de tweede april 1970 dat de familie Wolbink verkaste van het oude naar het nieuwe huis.

Hendrik Wolbink trouwde in 1971 met Annette van Dijk uit Boekelo. Het echtpaar kreeg twee kinderen: Erwin (1972) en Sandra (1974). Tot 1978 woonden de drie generaties Wolbink, Teunis en Rika, Henk en Annette en hun kinderen, samen in het nieuwe huis in Radewijk. Maar omdat Teunis en Rika toch ook een dagje ouder en de kinderen drukker en drukker werden, besloot men om het nieuwe huis te verbouwen zodat men apart kon gaan wonen. Een van de slaapkamers op de begane grond werd verbouwd tot keuken en zodoende ontstond in feite een twee-onder-een-kap-woning.

Het oude huis ging vervolgens dienst doen als veeschuur voor aanvankelijk varkens en later jonge beesten. Zo’n tien jaar later echter bleek het verstandiger om een geheel nieuwe kalverschuur te bouwen en op contractbasis kalveren te gaan mesten. De nieuwe kalverschuur (met 365 hokken) kwam gereed in oktober 1978 en werd feestelijk geopend met een open dag. Eind 1980 werd een nieuwe boxenstal gebouwd voor zo’n 45 koeien en werd het oude bakhuis verbouwd tot machineschuur. 

Annette Wolbink-van Dijk ‘wettert’ de kalveren.

In 1982 nam Henk Wolbink de ouderlijke boerderij over en ging hij op eigen houtje verder, natuurlijk nog bijgestaan door zijn vader. In datzelfde jaar werd de oude boerderij volledig verbouwd. Er kwamen een aantal slaapkamers, kantoor en garage voor in de plaats.

De boerderij van Wolbink (van Leemgraam’n).

Halverwege de jaren tachtig bleek dat het werken in de bouw en op de boerderij te zwaar waren geweest voor Henks rug. Het werk op de boerderij werd moeilijk en daarom werd uitgekeken naar een andere vorm van inkomsten. Ze begonnen als pioniers met het telen van oesterzwammen. Aangezien dit in het hele land nog steeds als bijna onmogelijk werd beschouwd, duurde het enige tijd voor ze volledig wisten hoe dit nieuwe product op een verantwoorde en economische manier moest worden verbouwd. Een groot deel van de oude kalverschuur werd verbouwd tot kweekcel.

In de oesterzwamkwekerij…

Langzaam maar zeker begon het arbeidsintensieve telen zijn vruchten af te werpen en kon er goed worden verkocht aan verschillende groenteveilingen in het land. Helaas had de omzet al snel het hoogste punt bereikt. Meerdere boeren begonnen met het telen van de oesterzwammen en daardoor halveerde de prijs in korte tijd. Ook om gezondheidsredenen – de paddenstoelen stoten sporen af die de ademhaling bemoeilijken – keek het echtpaar Wolbink binnen een aantal jaren uit naar een nieuwe uitdaging. Die vonden ze in een totaal andere branche en wel de horeca. De boerderij in Radewijk werd verkocht en een zalencentrum in Witharen, in de buurt van Ommen, werd gekocht. Teunis en Rika Wolbink verhuisden niet mee naar de gemeente Ommen, maar gingen in de directe nabijheid van het centrum van Hardenberg wonen. De boerderij aan de Radewijkerweg nummer 35 ging over in handen van de familie Fluitman.

Kadastrale geschiedenis:

Legger 1776/4: Sectie D-717. Huis en erf. Eigendom van Gerrit Snijders en Gesina Raben.
Legger 1776/9: Sectie D-942. Huis en erf. Huisnr. I-15. Eigendom van Gesina Raben, weduwe van Gerrit Snijders. In 1876 afbraak. Over op: 1776/10.
Legger 1776/10: Erf. In 1884 boedelscheiding. Over op: 4429/3.
Legger 1776/7: Sectie D-885. Bouwland. In 1876 stichting huis. Over op:
Legger 1776/12: In 1882 verval vrijdom. 
Legger 1776/13: Sectie D-956. In 1884 boedelscheiding. Over op:
Legger 4429/5: Sectie D-956. Eigendom van Albert Leemgraven (de helft) en van Gerrit Jan van Faassen (de andere helft). In 1910 successie. Over op:
Legger 4948/16: Eigendom van Gerrit Jan van Faassen. In 1918 boedelscheiding. Over op:
Legger 7934/6: Eigendom van Gesina Dederika van Faassen en echtgenoot Berend Jan Wolbink (zie register van overschrijving hypotheken, deel 616, nr. 42). In 1934 vereniging van percelen. Over op:
Legger 7934/11: Nieuwe sectie D-1520. Huis, bouw- en weiland. In 1940 stichting. Over op:
Legger 7934/12: Huis, schuur, bouw- en weiland. In 1942 splitsing en vereniging van percelen. Over op:

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1934.

Legger 11268/1: Nieuwe sectie D-1572. Huis, schuur en bouwland in ’t Radewijkerveld. Eigendom van Geesje Snijders weduwe van Gerrit Jan van Faassen. In 1948 overdracht. Over op:
Legger 7934/13: Eigendom van Berend Jan Wolbink en Gesina Dederika van Faassen (zie register van overschrijving hypotheken, deel 931, nr. 29). In 1948 stichting. Over op:
Legger 7934/14: Huis, schuur, lijkwagenhuisje en bouwland. In 1950 stichting schuur. Over op:
Legger 7934/17: In 1958 boedelscheiding. Over op:
Legger 13092/2: Eigendom van Teunis Wolbink en echtgenote Hindrika Gezina Timmer. In 1963 verkoop gedeelte. Over op:

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1963.

Legger 13092/4: Nieuwe sectie D-1783. In 1969 verkoop. Over op:
Legger 13092/5: Nieuwe sectie D-1942. Huis, schuren, lijkwagenhuisje en bouwland. In 1970 stichting. Over op:
Legger 13092/6: Huis, schuren en bouwland. In 1978 verkoop. Over op:
Legger 18810/2: Eigendom van Hendrik Wolbink en echtgenote Annette van Dijk. Radewijkerweg 35. In 1990 verkocht aan de fam. Fluitman.