Schonekamp

‘Het huis ende goet Schonekamp tot Ridderink tot Holtheem’. Zo wordt het oude erf beschreven in het Repertorium op de Overstichtse en Overijsselse leenprotocollen. Letterlijk lezen we:

Dat erve ende goet to Ridderinch. Item den tienden, grof ende smal, over dat goet ende erve tot Remmering, gheleghen in den kerspel van Nijensteden ende in der buerscap to Holtheem.

03-08-1433: Egbert Schonekamp na de dood van zijn vader Johan Schonenkamp.
21-04-1457: Egbert Schonekamp.
17-11-1481: Frederic Schonecamp na de dood van zijn vader Egbert Schonecamp.
24-01-1501: Roeloff Schonecamp na opdracht door zijn broer Frederick Schonecamp.

Op 23 januari 1500 ontsloeg de bisschop op verzoek van Roeloff Schonecamp ene halve waer ende een stucke nyes aengeslagen lants uit Riddering, die Roeloff had verkocht aan het klooster te Sibculo, uit het leenverband in ruil tegen een stucke roggenlants van derdehalff mudde, gehieten die Rubecamp, ende acht mudde haverlants, gehieten die Seckmeer ende die Zydemersch, dat een edel eigen guet te wesen plach, gelegen in den kerspel van den Hardenberge. In opvolgende beleningen werd deze ruil regelmatig gememoreerd.

14-07-1518: Roelof Schoonecamp.
30-01-1525: Johan Schonecamp na de dood van zijn vader Roelof Schonecamp.
27-11-1531: Johan Schonekamp.

Op 30 september 1534 tuchtte Johan zijn vrouw Steven aan dit goed.

01-01-1547: Roeloff Schoenekamp na de dood van zijn vader Johan Schoenekamp.
20-03-1553: Hinrich Schonekamp na de dood van zijn broer Roeloff Schonekamp, onder voorbehoud van het recht van lijftucht van zijn moeder.
16-06-1557: Henrick Schoenekamp onder voorbehoud van het recht van lijftucht van zijn moeder.
07-10-1569: Jochim Schonecamp, onmondig, na de dood van zijn vader Henrick Schonecamp onder voorbehoud van het recht van lijftucht van zijn grootmoeder. Hulder zijn oom Egbert Schonecamp. 

07-12-1603: Roeloff Schonecamp na de dood van zijn neef Joachim Schonecamp, voor wie Engbert Schonecamp in 1569 hulde en eed had gedaan.
30-04-1637: Joan Schoonecamp na de dood van zijn vader Rudolff Schoonecamp. Op dezelfde dag tuchte Joan zijn vrouw Lucretia de Garde aan dit goed.
13-01-1683: Fenne Derx, weduwe van Jan Schonekamp, namens haar onmondige zoon Roelof Samuel Schonekamp. Hulder Arnold Hiddink.
05-03-1692: Roelof Samuel Schonenkamp, mondig, deed zelf hulde.
05-03-1692: Johan Edelink na opdracht door Roelof Samuel Schonenkamp.
15-05-1723: Berent Edelink na de dood van zijn vader Jan Edelink.
26-11-1746: Jan Edelink, onmondig, na de dood van zijn vader Berend Edelink. Hulder zijn oom en voogd Michael L’Empereur.
16-06-1763: Jan Edelink, mondig, met lediger hand.
06-09-1796: Hermannus Edelink, predikant te Holwierda, zoals Jan Edelink daarmee was beleend.

Hendrikjen Schonekamp trouwde op 12 juni 1782 te Gramsbergen met Roelof Egberts (van ’t erve Broekroelofs) uit Radewijk. Ze kregen drie kinderen, waarvan er eentje op jonge leeftijd overleed. Tussen 1793 en 1795 stierf Hendrikjen waarna Roelof Egberts (genaamd Schonekamp) op 18 oktober 1795 te Gramsbergen zou hertrouwen met Truite Veurink uit Rheeze.

Schout J.G. Pruim verleed op 26 september 1795 de akte van huwelijkse voorwaarden tussen bruidegom Roelof Schonekamp, weduwnaar van Hendrikje Schonekamp ter ene, en bruid Truite Veurink ter andere zijde. Daarin werd o.a. bepaald dat de twee kinderen uit Roelofs eerste huwelijk, genaamd Janna en Gerrit Schoonekamp, beiden 500 gulden zouden krijgen. Daarnaast werd vastgelegd dat, mocht de bruidegom binnen 10 jaar na dato komen te overlijden, dat de bruid dan wederom op ’t erve Schonekamp zou mogen introuwen (mits zij toestemming daarvoor kreeg van de landheer). Dat gold ook ter gelegener en bekwamer tijd voor een van de twee genoemde kinderen.

Op 5 februari 1826 verleed notaris Willem Swam een testamentaire akte in het woonhuis no. 1 op het erve Schonekamp in Holtheme. Hij deed dat op verzoek van de ongehuwde Gerrit Schonekamp die lichamelijk ziek was, maar zijn verstand en oordeel volkomen had, en als zodanig te bedde leggende in de keuken van het voorzeide woonhuis. Hij legateerde vijftig guldens aan Evert Schonekamp, landbouwer te Holtheme. Verder benoemde hij zijn nicht Janna Schonekamp, echtgenote van Jan Kleine Balderhaar op de Balderhaar, tot zijn enige en universele erfgename (aktenr. 139, scan 67).

In 1832 was het huis en erf eigendom van Johanna l’Empereur Edelink in Groningen. Zij was de dochter van de in 1819 overleden predikant Hermannus Edelinck en echtgenote Fenna van Heerde. Johanna was in 1828 getrouwd met Willem Adolphs Monhemius. Daarvoor was ze al getrouwd geweest met Robertus Alberthoma Chevallier. Johanna l’Empereur Edelink, weduwe van generaal-majoor W.A. Monhemius, overleed op 2 januari 1868 te Brummen.

We vinden ‘het Schonekamp’ gesitueerd op ‘den Hoogen Esch’ in sectie D no. 950 op legger nr. 90a. Het is nu geadresseerd aan de Doorbraakweg 32.

 

Fragment van oorspronkelijk minuutplan, anno 1832.

 

90a/13: Sectie D-950. Huis en erf. In 1869 boedelscheiding. Over op:
1671/12: Eigendom van mr. Hermannus Edelinck, advocaat en van 1860 tot 1887 notaris te Groningen (zie register van overschrijving hypotheken, deel 24, nr. 228). Later eigendom van Berendina Sophia Edelinck en Fenna Gezina Edelinck. Huisnr. E-3. In 1887 herbouw. Over op:

 

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1887.

 

1671/66: Nieuwe sectie D-2162. Huis, schuur en erf. In 1898 successie. Over op: 
3143/45: Eigendom van Pieter Nanning Cramer, dr. in de wis- en natuurkunde te Parijs. In 1902 bijbouw. Over op:

 

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1902.

 

3143/58: Nieuwe sectie D-2380. Huis, schuren, erf en kookhuisje. In 1910 verkoop. Over op:
3642/19: Eigendom van Gerrit Rundervoort en echtgenote Zwaantjen Jansen (zie register van overschrijving hypotheken deel 542, nr. 150). Zij waren op 14 april 1871 getrouwd te Gramsbergen. In 1916 verkoop. Over op:
3875/19: Eigendom van Gerrit Jan Rundervoort en echtgenote Jennegien Bekman (en consorten) (zie register van overschrijving hypotheken deel 596, nr. 136(. Zij waren getrouwd op 9 juni 1899 te Gramsbergen. In 1931 sloop en herbouw. Over op:
3875/23: In 1933 sloop. Over op: 

 

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1933.

 

3875/24: In 1950 vereniging van percelen. Over op:

 

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1950.

 

3875/26: Nieuwe sectie D-3378. Huis, erf, bouwland, weiland, water en weg. In 1962 splitsing voor scheiding. Over op:
3875/27: Nieuwe sectie D-3731. Huis, erf, grasland, weg. In 1962 boedelscheiding. Over op:
5907/4: Eigendom van Gerritdina Rundervoort en echtgenoot Jan Wolbert. Huisnr. E-2. In 1969 verkoop. Over op:
5907/12: Nieuwe sectie D-4010. Huis, erf, weg, schuren, grasland. In 1980 opgenomen in ruilverkaveling.
7684/1: Nieuwe sectie L-119. Huis, schuren, grasland, bouwland.