Altink

In het vrijwillig rechterlijk archief van ’t Schoutambt Hardenberg vinden we deze akte, gedateerd 1 mei 1776:
Ik Jacob van Riemsdijk, van wegens hoger overigheid verw. Scholtus van den Hardenbergh, Heemse en Gramsbergen, doe cond en certificere hiermede dat voor mij en keurnoten, die waren bmr. G. Sierink en Ant. Odink, persoonlijk in den Gerigte gecompareerd en erschenen sijn, Grietien Jansen, weduwe van wijlen Albert Centen, voor haar selvs en als moeder en wettige voogdesse van haare minderjarige kinderen genaamd Fennegien Centen, Anna Centen, Geertruid Centen en Jan Centen, benevens haare meerderjarige kinderen Egbert Centen en Jannegien Centen; sijnde sij Grietien Jansen weduwe van Albert Centen en sij Jannegien Centen in desen geadsisteerd met haar voorn. zoon en broeder Egbert Centen als haren verkoren en geadmitteerden momboir; en verklaarden sij comparanten voor haar selvs en in voorn. qualiteit, voor een somma van coopspenningen, die aan haar den eersten met den laatsten van dien ten genoegen sijn voldaan en betaald, bij desen in de bestendigste forma landregtens te transporteren en in vollen eigendom over te dragen, aan Berend Meilink en sijn huisvrouw Fennegien Ulderink, woonagtig tot Holtheme, haare eigendommelijke vier dagwerken hooijland, genaamd Altink koeweide, kennelijk gelegen tusschen den Holthemer Esch, den Toeslag, Wilpshaers koeland en de Steege, onder de boerschap Holtheme in dit Schoutampt; zijnde allodiaal goed, en met sijn regt en geregtigheid, raad en onraad, lusten en lasten, so van heeren schattingen als anders daarop staande, so en in diervoegen als hetselve aan haar in eigendom heeft toebehoord, en voormaals uit het erve Altink is aangekogt. Doende sij comparanten voor haar selvs en in voors. qualiteit daarvan bij desen afstand, oplatinge en vertichtenisse met hande en monde, sijne voorn. principalen daarvan also ontervende en de  gem. copers en betalers Berend Meilink met sijn huisvrouw en erfgenamen daar wederom aanĂ«rvende; belovende de heer comparant in gem. qualiteit ook dese cessie en overdragt ten allen tijden te sullen staan, wagten en wharen voor alle evictie en opsprake als na Landregte. In kennisse der waarheid is desen door mij verw. Scholtus voornoemd, met de comparanten getekend en door mij gezegeld en omdat sij comparanten geen zegels en hadden, so hebbe op haar versoek desen met mijn kleine zegel mede gezegeld. Actum Hardenbergh den 1 maij 1700 ses en seventigh.