de Rustenberg, Dorgelo, Koeslag en de Bokkepruik

Hotel-café-restaurant De Rustenbergh aan de Hessenweg 7 in Heemse. Vroeger bestond deze pleisterplaats uit een boerderij met stalhouderij en herberg waar de postkoets van paarden wisselde en de reizigers de nacht konden doorbrengen (Fotograaf: ds. E.J. Loor te Heemse).

In de jaren 1777-1788 werd de Rustenberg bewoond door kastelein Jan Willemsz Noorink en echtgenote Catharina ter Winkel. Zij waren op 6 juni 1750 in Heemse en Uelsen in ondertrouw gegaan. Catharina was weduwe van logementhouder Jan Berendsz Rustenberg.

In de periode 1815-1818 werd de Rustenberg bewoond en gerund door logementhoudersche Berendina Rustenbergh, de weduwe van Derk Odink. Daarnaast bood het etablissement in 1816 onderdak aan Jacob van Nahuijs, commis ter recherche bij de convoyen en licenten. Hij zou het jaar erop trouwen met jonkvrouwe Juliana Louisa van Foreest van Heemse.

Op 24 juni 1818 brachten koning Willem I en prins Frederik een bezoek aan de Rustenberg in Heemse en gebruikten er de lunch. De Overijsselsche Courant schreef er zes dagen later over.

Notaris Swam te Gramsbergen registreerde op 16 oktober 1822 een hypotheekakte (nr. 5) op verzoek van koopman en logementhouder Jan Odink Derkszoon en Christina Kuiper, eigenaren van de Rustenberg. Ze waren de firma Joh. Gomarus & Zn te Zwolle een bedrag van 2.500 guldens schuldig. Ze hadden dat bedrag in zilveren muntspeciën ontvangen. Als onderpand stelden zij hun comparanten woonhuis met grond en wheere, zijnde het logement den Rustenbergh, staande en gelegen onder numero 23 te Heemse met de daartoe gehorende schuur ten westen van hetzelve woonhuis en hof of gaarden oost- en noordwaards hetzelve woonhuis en schuur, groot veertien vierkante Nederlandsche roeden.

Twee maanden later, op 20 december, volgden nog vier hypotheekakten (nr. 11, 12, 13 en 14). Ze hadden 870 guldens geleend van medicinae doctor Antoni van Riemsdijk te stad Hardenberg, 2.725 guldens van jonkheer Jacob van Foreest van Heemse en 1.338 guldens van Jennegien Egberdina Rustenbergh, weduwe van Rutger Santman. Daarnaast waren ze 1.000 guldens schuldig aan Wolter Jan Kuiper te Heemse. Ze stelden de Rustenberg als onderpand, naast een aantal andere onroerende goederen.

Overijsselsche Courant, 7 februari 1826.

De Rustenberg werd op 28 maart 1826 bij opbod geveild door notaris B.J. Kronenbergh te Deventer. Daarbij werd Wolter Jan Kuiper te stad Hardenberg, de ongehuwde broer van Christina Odink-Kuiper, de nieuwe eigenaar.

Uit een andere akte blijkt dat de Rustenberg ook bewoond werd door ‘tijdelijke gasten’. Ze hielden daar hun verblijf. Zo woonde Zeger de Jongh, controleur bij ’s rijksbelastingen er in 1827. Hij was de curator van de nalatenschap van zijn voorganger controleur Hendrik Gerrit Cromhout. Notaris Willem Swam veilde op de 18de juli van dat jaar een groot aantal kledingstukken uit Cromhouts nagelaten boedel (aktenr. 210, scan 86).

Op de oudste kadastrale kaart, van 1832, is de herberg ‘de Rustenbergh’ geregistreerd in sectie B nr. 619 op legger 258 ten name van kastelein Jan Derksz. Odink en echtgenote Christina Kuiper (de werkelijke eigenaar was dus hun zwager en broer Wolter Jan Kuiper). Jan en Christina waren op 23 maart 1809 getrouwd in de kerk van Heemse.

Fragment van oudste kadastrale minuutkaart, anno 1832.
Overijsselsche Courant, 26 februari 1841.

In het archief van notaris Swam is de akte van openbare veiling bewaard gebleven, gedateerd 23 maart 1841 (akte 975, scans 9 e.v.). De veiling geschiedde op verzoek van Wolter Jan Kuiper. Het hoogste bod (bij mijning en afslag) werd gedaan door gemeenteontvanger Berend Nijzink te Heemse. Hij betaalde voor drie kavels (het logement, de tuin en een kamp zaailand, genaamd de Konijnenkamp) een totaalbedrag van f. 1.910,-

Legger 610/1: Eigendom van Berend Nijzink, ontvanger te Heemse. In 1863 werd even ten oosten van de oude herberg nieuwbouw gerealiseerd. Huisnr. A-49, sectie B-4421. In 1880 redres.

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1863. Sectie B-4421.

Legger 610/10: Eigendom van ontvanger Berend Nijzink. Sectie B-4421. Huis en erf. In 1880 redres foutieve kadastreering. Huisnr. A-49.
Legger 4058/1: Eigendom van ontvanger Berend Nijzink. Sectie B-5453. Bouwland. In 1887 stichting. Over op 4058/2.
Legger 4058/2: Huis, schuur en tuin. In 1892 stichting. Over op 4058/3.

Kadastrale minuutkaart, anno 1880.

Legger 4058/3: Sectie B-5732. In 1893 successie. Over op 5128/1.
Legger 5128/1: Eigendom van landbouwer Gerrit Dorgelo. Zie register van overschrijving hypotheken, deel 3, nr. 7816. Sectie B-5732. Huis, schuur en erf. In 1893 stichting en gedeeltelijke sloop. Over op 5128/5.

Kadastrale veldwerkkaart.

Legger 5128/5: Sectie B-5732. In 1898 stichting en vereniging. Over op 5128/7.
Legger 5128/7: Sectie B-5965. Huis, schuren en erf. In 1903 successie. Over op:

Prentbriefkaart, anno 1909.

Legger 83a/45: Eigendom van winkelier Evert Dorgelo en echtgenote Grietien Heino. Sectie B-5965. Huis, schuren, erf en twee huizen. In 1906 stichting en redres. Over op 83a/48, via /50 en /53, over op 83a/59.

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1898, sectie B-5965.
De ‘Grenswacht Hardenberg’, geportretteerd voor het café van G. Dorgelo (de Rustenbergh), anno 1914.
De familie Dorgelo.

Legger 83a/59: Eigendom van winkelier Evert Dorgelo en echtgenote Grietien Heino. Sectie B-6249. In 1933 successie. Over op 8816/26. Via dochter Hillena Hendrika Dorgelo (gehuwd met Gerrit Otten), vererfde de Rustenbergh op dochter Derkje Otten, in 1889 gehuwd met Bernard Christiaan Koeslag. In 1931 verbouw café-restaurant.

 
Derkje Otten (1866-1920).
Bernard Christiaan Koeslag (1861-1932).

Legger 8816/26: Sectie B-6249. Eigendom van Bernard Christiaan Koeslag, caféhouder te Heemse. Huis, schuren en erf. Later opgevolgd door zoon Rutger Koeslag (1/2) en Jan Derk Venemans, hoofd eener school te Almelo (1/2). Zie register van overschrijving deel 507, nr. 1483. In 1945 vereniging van percelen. Over op 8816/47.

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1905, sectie B-6249.
Fragment van kadastrale minuutkaart, anno 1938.

Legger 8816/47: Sectie B-7528, 3 huizen, schuur en erf. In 1946 hermeting en vereniging. Over op 8816/53.

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1945, sectie B-7528.
Kadastrale veldwerkkaart, anno 1946.

Legger 8816/53: Sectie O-429, 3 huizen, schuur en erf. In 1958 boedelscheiding. Over op 13147/4.

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1946. Sectie O-429.
De gelagkamer van de Rustenbergh, met Rutger Koeslag (1892-1980) achter de toog. Links zoon Christiaan Johan 1932-2015) (Fotograaf: ds. E.J. Loor te Heemse).

Legger 13147/4: Eigendom van Rutger Koeslag, caféhouder (geb. 15-04-1892). In 1960 gedeeltelijke verkoop. Over op 13147/23.

Kadastrale veldwerkkaart, anno 1960.

Legger 13147/23: Sectie O-878. Huis, schuur en erf. In 1961 stichting enz. Over op 13147/24.
Legger 13147/24: Huis, café, bungalow, schuren en erf. In 1962 schenking. Over op 14147/25.

Kadastrale veldwerkkaart, anno 1961.
Oud-wereldkampioen Max Euwe speelde een geslaagde simultaanwedstrijd schaken tegen 26 tegenstanders in zaal Koeslag, op 27 december 1968.
Prentbriefkaart, anno 1972.
Kadastrale veldwerkkaart, anno 1981.

Koeslag
De familienaam Koeslag is nog altijd verbonden aan het hotel-restaurant, maar wordt enkel nog in de volksmond gebezigd. Heleen Jeannet Koeslag is op 1 mei 1989 in Sleen getrouwd met Jacob Jan Istha. De horeca was Heleen met de paplepel ingegoten. Haar ouders, Christiaan Johan Koeslag en Sieny Gerhard Coes, hadden in 1960 het café-restaurant overgenomen.

In 1980 was de ambassadeur van Zuid-Afrika, dr. Paul Bodenstein, te gast tijdens een wijnproeverij met Kaapse wijnen in restaurant Koeslag. De Zuid-Afrikaanse wijnen waren in die tijd nog slechts bij weinigen bekend. Volgens de ambassadeur was mevrouw Koeslag een van de mensen van ‘het eerste uur’ bij de Kaapse wijnen en juist daarom gunde hij het restaurant dit hoog bezoek. Zo’n tachtig gasten namen die middag deel aan de geslaagde en leerzame wijnproeverij.

In datzelfde jaar 1980 kreeg het nieuwe hotel van Koeslag in Heemse de passende naam ‘De Rustenbergh’ terug. Op 10 december hield men open huis zodat iedereen die belangstelling had kennis kon nemen van wat er tot stand was gebracht. Het was Koeslags bedoeling geweest om het nieuwe hotel op te trekken in een moderne Oostenrijkse stijl, maar dat ontwerp was afgekeurd. Volgens de commissie die daarover ging was het ontwerp namelijk ‘te mooi voor deze omgeving’, zoals in de begeleidende brief bij de afwijzing vermeld stond. Voordat Koeslags hotel in gebruik genomen kon worden, had Hardenberg de toerist nog geen ‘luchtbed’ te bieden, aldus het Noord-Oosten. De 21 nieuwe hotelkamers waren gerealiseerd aan de achterzijde van het bestaande café-restaurant. Bestaande schuurtjes en dergelijke waren opgeruimd. De hotelkamers waren ingericht met alle comfort en naar de eisen van die tijd. Het miljoenenproject was gerealiseerd door het aannemersbedrijf van de gebroeders Dijkhuis uit Hardenberg.

De Bokkepruik
Het huidige hotel-restaurant aan de Hessenweg nr. 7 in Hardenberg is vanaf 1992 getooid met deze bijzondere naam. Om de inwoners van Hardenberg aan die nieuwe naam te laten wennen werd in het begin veel geadverteerd. Vooral rond de kerstdagen werden de menu’s in de krant aangeprezen. De publicaties bevatten alle namen die betrekking hadden op het etablissement: herberg en brasserie De Rustenbergh en restaurant De Bokkepruik, voorheen de Koeslag. Zolang er maar geen enkele onduidelijkheid over kon bestaan…

De Bokkepruik was op 17 april 1992 officieel heropend door niemand minder dan de toenmalige minister van Defensie, de in Coevorden geboren Relus ter Beek. De Telegraaf meldde de dag erna:
“Hoe hoger men op de politieke ladder stijgt, des te schrikbarender is de wijze waarop de honger wordt gestild”, zo hield Relus ter Beek zijn gehoor voor bij de opening van het hernieuwde restaurant ‘De Bokkepruik’ in Hardenberg. Voorheen bevond De Bokkepruik zich in Zweeloo, waar Jaap en Heleen Istha de bewindsman vaak verwenden en met een zichtbaar resultaat. En dus was de minister de ideale figuur om de nieuwe Bokkepruik in herberg de Rustenbergh officieel te openen.

Een paar maanden daarvoor, in de decembermaand van 1991, was in het Nieuwsblad van het Noorden al aangekondigd dat het enige restaurant met een Michelinster in Drenthe zou verhuizen van Zweeloo naar Hardenberg. In het bestaande hotel Koeslag zou het echtpaar Istha-Koeslag zijn culinaire activiteiten onder de naam De Bokkepruik blijven ontplooien. Het hotel in Hardenberg was toen nog eigendom van Heleens ouders. Chefkok Jaap Istha nam zijn – in februari 1990 behaalde – Michelinster mee naar Hardenberg. Daar kon hij op 19 februari 1992 met zijn echtgenote Heleen proosten op het behoud van de ster, toen de befaamde Michelingids zijn kookkunsten opnieuw als zodanig had bekroond. Vanaf genoemde heropening door Ter Beek herbergde de oude herberg De Rustenbergh onder een dak het specialiteitenrestaurant De Bokkepruik en een brasserie.