het Roo-Wevers

Notaris Antoni van Riemsdijk registreerde op 1 oktober 1824 een akte op verzoek van Grietjen Lucassen, weduwe van Evert van der Velde en namens haar zoon en schoondochter Jan van der Velde en echtgenote Jennechien Nijkamp. Zij waren alle landbouwers en op de zogenaamde katerstede het Roo-wevers onder de steede en gemeente Hardenbergh woonachtigh. Gedrieën verklaarden ze 600 guldens schuldig te zijn aan Gerrit Crull, koopman, wonende op den Beld in de graafschap Bentheim. Tot onderpand stelden ze het Roo-wevers, bestaande uit deszelfs behuizinge no. 131, mitsgaders den daartoe gehorende kamp zaaij-, gaarden- en grasland genaamd den Toeslag, liggende voor en ter zijden dezelve behuizinge ten zuiden van en aan de korte Steege en hebbende de landen van de stad Hardenbergh ten zuiden en den Roeterskamp en de zogenaamde Hollarst ten westen, met het daartoe gehorende recht van whaardeel in de gemeene markte van Hardenbergh en Baalder (aktenr. 430, scan 95).

Grietjen Lucassen (ook Toeslag genaamd) was op 1 november 1767 te Hardenberg getrouwd met Evert van der Velde. Zoon Jan van der Velde was op 8 december 1815 te Hardenberg getrouwd met Jannigjen Nijkamp uit Bergentheim.