Seinen op ’t Holt of ’t Holtseinen

In 1820 was een-achtste deel van ’t Seinen op ’t Holt eigendom van de in Brucht wonende Jan Dieters en echtgenote Geesjen Seinen. 

Notaris Antoni van Riemsdijk was op 5 juli 1820 op het erve de Hofsteede, numero 16, op het Holt, op verzoek van Jan Lenneps, weduwnaar en boedelhouder van Hendrikjen Grendelman (vroeger echtgenote en weduwe van Jan Seinen). Die dag maakte de notaris een boedelinventaris op. Tot de onroerende eigendommen behoorde de katerstede het Seinen, liggende op het Holt, bestaande uit derzelver behuizinge numero 18, met grond en wheere en begraafplaats op ’t kerkhof te Hardenberg (aktenr. 187, scan 252). Het jaar erop werd ’t Holtseinen bij opbod verkocht in opdracht van Jan Lenneps, weduwnaar van Hendrikjen Grendelman.

Op 5 november 1821 vond die openbare veiling plaats van de katerstede, indertijd bekend als huisnummer 18, met de daarbij behorende begraafplaats op het kerkhof van Hardenberg. In het notarieel archief van Antoni van Riemsdijk is de akte bewaard gebleven betreffende deze verkoop en in de Overijsselse Courant van 26 oktober werd de veiling aangekondigd

 

 

A. van Riemsdijk, openbaar notaris, resideerende ter steede Hardenbergh, gemeente en kanton van dien naam […], daartoe, zo verre de minderjarige meede-eigenaaren betreft, geauthoriseerd bij vonnis van de Regtbank van Eersten Aanleg, zitting houdende te Deventer, van den 3 october 1821 […] is voornemens om ten huize van den kastelein J. Odink Dz. op den Rustenberg te Heemse, in de gemeente het Schoutambt Hardenbergh, ten verzoeke van Jan Lenneps, weduwenaar en boedelhouder van wijlen Hendrikjen Grendelman (vroeger echtgenote en weduwe van wijlen Jan Seinen), landbouwer van beroep, wonende op het Holt te Collendoorn in de gemeente het Schoutambt Hardenbergh voorzeid, – van Gerrit Jan Seinen, insgelijks landbouwer aldaar wonende, – van Jan Dieters, weduwenaar en boedelhouder van wijlen Geesjen Seinen, landbouwer, wonende te Brucht; zo voor zichzelven als in naam en kwaliteit van vader en voogd over Hendrik Jan Dieters en van Hendrik Jan Seinen, visscher van beroep, wonende ter steede Hardenbergh voorzeid, en van Gerrit Grendelman, landbouwer, wonende te Bergentheim, in naam en kwaliteit van voogden over de minderjarigen Hermiena Seinen en Gerrit Seinen, in tegenwoordigheid van Hendrik Jan Seinen voormeld, als toeziende voogd over Hendrik Jan Dieters voornoemd, en ten overstaan van het Vredegericht deezes Kantons, publiek bij inzate te veilen, […] erflijk aan de meestbiedenden te worden verkogt: de katerstede het Seinen, liggende op het Holt voormeld en bestaande uit derzelver behuizinge no. 18, met grond en where en begraafplaats op het kerkhoff te Hardenbergh, – gaardenland, – zaailand op het Eschjen ten westen de behuizinge, – dito aldaar de Lubbarten Stukken, – zaai- en groenland de Huissteede, – groenland de Bleeke, hooiland het Garstenmaatjen c.a.

De katerstede, of keuterplaats, het Seinen op ’t Holt of Holtseinen lag net ten noorden van een grote meander van de rivier de Vecht op ’t Holt in de buurtschap Collendoorn. Echter kerkelijk behoorde het tot Hardenberg en vandaar dat de eigenaren ervan ook recht hadden op een grafplaats op het kerkhof van Hardenberg en niet in Heemse. Het hoogste bod werd uitgebracht door Hendrik Bouwhuis, landbouwer te Ane. Hij betaalde 1550 gulden (aktenr. 133 en 138, scan 42 en 56). 

Op 7 mei 1822 registreerde notaris Antoni van Riemsdijk een akte op verzoek van Hendrik Bouwhuis en huisvrouw Johanna Koerts, landbouwers op de katerstede het Seinen, numero 18 op het Holt onder Collendoorn. Zij verklaarden 1000 guldens schuldig te zijn aan Derk Santman Janszoon, koopman te stad Hardenberg. Vanzelfsprekend stelden ze hun recent verworven katerstede als onderpand, ten westen van en aan de rivier de Vecht, en bestaande uit derzelver behuizinge numero 18 met grond en wheere en begraafplaats op het kerkhoff te Hardenbergh, met een-achtste whaardeel in de gemeene markte van Heemse en Collendoorn (aktenr. 191, scan 179)

Bij de aanvang van het kadaster in 1832 werd ’t Holtseinen op ’t Holt geregistreerd onder sectie B no. 473 op legger 31 ten name van landbouwer Hendrik Bouwhuis en echtgenote Janna Koerts. Zij waren op 29 april 1819 getrouwd in Heemse. Hendrik was geboren in Bergentheim en Janna in Rheeze.

 

Fragment van kadastrale minuutkaart, anno 1832.

 

Legger 31/3: Sectie B-473. Huis en erf met schuur. Huisnr. L-1. In 1877 successie. Over op:
Legger 3735/3: Eigendom van zoon Berend Bouwhuis en echtgenote Hendrikjen van den Berg. Zij zijn op 9 juni 1855 getrouwd in Heemse. In 1893 successie. Over op:
Legger 4462/5: Eigendom van zoon Hendrik Bouwhuis en echtgenote Jennigjen Stoeten. Zij waren op 10 mei 1889 getrouwd in Heemse. Jennigjen overleed echter op 30 mei 1899, op 41-jarige leeftijd, waarna Hendrik op 20 mei 1904 te Heemse hertrouwde met Gerritdina Stoeten. In 1929 boedelscheiding. Over op:
Legger 9591/5: Eigendom van ongetrouwde zoon Berend Bouwhuis (geb. 08-02-1895). In 1946 opgenomen in ruilverkaveling. Over op:
Legger 9591/21: Nieuwe sectie O-312. Boerderij, bouw- en weiland. In 1952 stichting. Over op:
Legger 9591/23: In 1955 stichting. Over op:
Legger 9591/24: Huis, schuren, bouw- en weiland. In 1968 successie. Over op:
Legger 12395/3: Eigendom van Gerrit Hendrik Bouwhuis (geb. 18-08-1915) en echtgenote Janna ter Wielen. Zij zijn op 23 mei 1941 getrouwd te Hardenberg. In 1977 verbouw. Eugenboersdijk 3.

Nog altijd wordt het plekje bewoond door de familie Bouwhuis. Echter nu is het geadresseerd aan Het Holt nummer 3 in Hardenberg.