Beldman – bronnen

Kadastraal archief, toegang 145 (bewaarders van de hypotheken en het kadaster), inv.nr. 7233 (‘Registers Hypotheken no. 4’. Registers van overschrijving van akten van eigendomsovergang van onroerende goederen en van de vestiging van zakelijke rechten daarop, met uitzondering van het recht van hypotheek, met verwijzing naar deelnummer van het ‘Algemeen Register’ en daarbinnen nummer van het vak, 1838-1959), aktenr. 36:

Dagregister deel 19 nummer 1205. Den zesentwintigsten mei 1864. Wij ondergetekenden Albert Beltman en vrouwe Jennegien Westerman, landbouwers woonagtig te Aane, gemeente Gramsbergen, Gerrit en Hendrikjen Beltman, beide meerderjarig bij hunne voorschreeven ouders inwonende en Geertjen Beltman, insgelijks meerderjarig en deeze met autorisatie en toestemming van hare hier mede ondergeteekenden echtgenoot Gerrit Jan Seine, zijn tezamen en wel op begeerte van de eerstgenoemde ouders Albert Beltman en vrouwe Jennegien Westerman overeengekomen, teneinde alle geschillen die na hun lieder afsterven omtrend de verdeeling der door hun natelaten goederen tusschen hunne drie genoemde kinderen konden oprijzen te voor te komen om alnu bij dezen de verdeeling hunnes boedels zowel ten opzichte der roerende als onroerende goederen te regelen en daar te stellen. Alvorens hiertoe over te gaan hebben wij ondergeteekenden, de voornoemde Hendrikjen Beltman met autorisatie en toestemming van haren voorschreeven echtgenoot den staat des boedels opgenomen en de roerende en onroerende goederen gewaardeerd en verklaarden dierhalven zoo te zamen als ieder afzonderlijk dat dezelve bestaan uit de navolgende ter grootte en waarde hierna breeder omschreven, als:

  1. Een huis en schuur cum annex met den daarbij gelegen gaarden en den kamp voor het huis, groot ongeveer 70 roeden, tezamen gewaardeerd op f. 750,-
  2. Een perceel zaaijland, het Kromme Stukke genaamd, liggende ten oosten het land van Willem Loshaar en ten westen dat van J. Timmerman, groot 14 roeden, gewaardeerd op f. 50,-
  3. Een dito, den Kleinen Vlasakker, liggende ten westen het land van D. Willink en ten oosten dat van H. Hekman, groot 10 roeden, en gewaardeerd op f. 40,-
  4. Een perceel dito, de Kruisstukjes genaamd, leggende ten oosten het land van Egbert Habers en ten westen dat van J. Timmerman, groot 22 roeden, gewaardeerd op f. 90,-
  5. Een dito, den Groten Vlasakker genaamd, liggende ten oosten het land van W. Loshaar en ten westen H. Hekman, groot 14 roeden, gewaardeerd op f. 50,-
  6. Een dito, het Landstukje genaamd, liggende ten oosten het land van Hermannus Willink en ten westen dat van E. Habers, groot 7 roeden, gewaardeerd op f. 20,-
  7. Een dito, den Vennegooren genaamd, liggende ten westen het land van Jan Merjenburg, groot ongeveer 56 roeden, gewaardeerd op f. 200,-
  8. Een dito, den Koelenhoek genaamd, liggende ten oosten het land van J.H. Lamberts, groot 42 roeden en gewaardeerd op f. 150,-
  9. Een veenakker op het Anerveen, liggende tusschen die van de wed. Bouwhuis en van A. Wilpshaar, gewaardeerd op f. 200,-
  10. Drie-agtste gedeelte van een volle whare in de markte van Aane, gewaardeerd op f. 140,-
  11. Een veenakker in de Rode Schans, leggende tusschen de akkers van E. Benen en J. Heerspink, gewaardeerd op f. 25,-
  12. Vier dagwerken hooijland, de Hooge Gaardens, genaamd, gewaardeerd op f. 300,-
  13. Drie en een half dagwerk in de Voorste en Agterste Garners, gewaardeerd op f. 500,-
  14. Een dagwerk, den Bremmert genaamd, gewaardeerd op f. 100,-
  15. Twee koeweiden op den Aanerweerd, gewaardeerd op f. 180,-
  16. Een vierde dagwerk, het Hoekjen genaamd, binnen het Meenenhekke, gewaardeerd op f. 20,00
  17. De halve tiende uit het erve Willink, gewaardeerd op f. 350,-
  18. Een stuk zaaijland op het Heemrot, groot ongeveer 14 roeden, gewaardeerd op f. 50,-
  19. Eindelijk alle de roerende goederen, geene uitgezonderd, have en vhee, gereedschappen, zo tot de huishouding als akkerbouw behorende, gewaardeerd op f. 1335,-

Tezamen uitmakende de totale waarde van f. 4500,-
Hierna zijn de ondergetekenden zoo tezamen als ieder afzonderlijk met autorisatie en toestemming als voren, dat dadelijk van stonden aan de beheering en administratie der voormelde zo roerende als onroerende goederen zullen overgaan op voormelden Gerrit Beltman, waarvan dan ook Albert Beltman en vrouwe Jennegien Westerman bij dezen tot dat einde aan denzelven afstand zijn doende, gelijk hij zulks bij dezen dan ook is erkennende en de welke na dode der beide ouders tot dien prijs waarop door de ander geteekenden hiervoren zijn gewaardeerd aan voornoemden G. Beltman in eigendom zullen overgaan om daarmede te handelen als met zaken aan hem in volkomen eigendom toebehoorende; zullende daarentegen G. Beltman meergemeld gehouden zijn om voor zijnen laste te neemen en uit te keeren zoals dezelve dan ook door onderteekening dezes bekendt en aanneemt:

Eerstelijk dat hij aan zijne gehuwde en ongehuwde zuster Geertjen en Hendrikjen Beltman ieder zal moeten geven eenen behoorlijken bruidsuitzet zo van klederen, linnen beddegoed als meubelen, gezamentlijk ter waarde van driehonderd guldens ieder of deeze som in comptanten naar verkiezing van zijne gemelde zusters en daarenboven aan hun ieder moeten uitkeeren eene som van elfhonderd guldens, van welke elfhonderd guldens dadelijk aan hun bij voorschot in comptante penningen zullen moeten worden betaald eene som van vijfhonderd en vijftig guldens ieder, voorts na dode van eene der ouders de halfscheid van de overblijvende vijfhonderd vijftig guldens en na afsterven der langstlevende derzelve het restant van dien, zonder bijbetaling van eenigen intrest van dezelve respective sommen.

Ten tweden dat hij zijne voormelde ouders gedurende hunnen geheelen leeftijd in alles behoorlijk gelijk een regt geaard kind ten opzichte zijner ouders betaamd zal voorzien, dezelve zo wel in gezondheid als ziekelijken toestand behoorlijk verhandreiken, voor hun het nodige in geld, klederen, kost en drank naar hun lieder begeeren en naar billijkheid terhandstellen.

Aldus vier dubbeld opgemaakt en na voorlezing door alle de contractanten getekend te Aane op heden den vijftienden february eenduizend agthonderd en agtentwintig.
Geregistreerd te Hoogeveen den 23 mei 1864.


Dagregister deel 19 nummer 1205. Den zesentwintigsten mei 1864. Wij ondergetekenden, Gerrit Beltman, van beroep landbouwer, wonende te Ane, gemeente Gramsbergen, en Gerrit Jan Seine, van beroep landbouwer, weduwnaar van Geertjen Beltman, wonende in Den Velde, gemeente Gramsbergen, zoo voor zich als in qualiteit van mondeling gemagtigde van Jan, Albert, Jennegien en Henderkien Seine, landbouwers te Den Velde gemeld, bij genoemde zijne huisvrouw in echte verwekt, zijnde hare eenige en universele erfgenamen, en tevens als mondeling gemagtigde van Marten, Jennegien en Geesien Nijman, landbouwers te Bergentheim, gemeente Ambt Hardenberg, eenige kinderen en erfgenamen van Hendrikjen Beltman aldaar, geboren uit haar huwelijk met Harmannus Nijman te Bergentheim, verklarende bij dezen tot aanvulling, voor zooveel de vermelding der kadastrale indeeling betreft, van eene akte van boedelscheiding opgerigt de 15e februari 1828, dat de onroerende goederen bij die acte toebedeeld aan Gerrit Beltman, landbouwer te Ane voormeld, voor zoo verre niet verkocht, in de kadastrale registers der gemeente Gramsbergen bekend zijn als volgd:

De percelen sub 1 vermeld in sectie C no. 599, huis en erf, groot zeventien roedens, zeventig ellen; sectie C nummer 371, bouwland, groot tachtig roeden en tachtig ellen; sectie C nummer 375, bouwland, groot vijfenvijftig roeden en negentig ellen.
De percelen sub 2, 4, 6, 9, 16 en 18 zijn verkocht.
Het perceel sub 3, sectie F nummer 263, bouwland, groot vijftien roeden, veertig ellen.
Het perceel sub 5, sectie F nummer 265, bouwland, groot negentig roeden, tien ellen.
Het perceel sub 7, sectie A nummer 440, bouwland, groot zesennegentig roeden, zeventig ellen.
Het perceel sub 8, sectie A nummer 439, bouwland, groot tweeënveertig roeden, dertig ellen.
Het perceel sub 10, waaraandeel in de markte van Ane, sedert verdeeld en thans kadastraal bekend in sectie F nummer 1496, veengrond, groot vier bunders, zevenendertig roeden, zesenzeventig ellen enz.
Het perceel sub 11, niet kadastraal bekend.
Het perceel sub 12, sectie C nummer 358, hooiland, groot een bunder, tweeënzeventig roeden en veertig ellen.
Het perceel sub 13, als het onverdeelde 1/2 gedeelte van sectie C nummer 356, hooiland, geheel groot een bunder, achttien roeden en tachtig ellen.
Het perceel sub 14, sectie C nummer 893, hooiland, groot eenenzestig roeden, dertig ellen.
Het perceel sub 15, sectie C nummer 354, weiland, groot drieëntachtig roeden.