Radewijk

Geschiedenis van de openbare lagere scholen in Radewijk

In 1737 al vroeg de Radewijker bevolking om een eigen schoolmeester, omdat ze volgens eigen zeggen ‘op bijna twee uur gaans van Hardenberg’ gelegen waren. Plaatselijk onderwijs was vereist, wilde men hun kinderen niet ‘als heidenen laten opgroeien’. De Hardenberger predikant Jan Jelle ter Poorten ondersteunde dit initiatief. In 1744 herhaalden de Radewijkers hun verzoek, samen met die van Den Velde.

Resolutie van Ridderschap en Steden d.d. 19 april 1738, waarbij een jaarlijks traktement van 25 gulden voor een schoolmeester wordt toegezegd.

Bij resolutie van Ridderschap en Steden van 18 maart 1755 mochten de ingezetenen van Radewijk een schoolmeester aanstellen. Toch zwijgen de archieven tot 1788 eer we voor het eerst iets lezen over een schoolmeester in Radewijk, genaamd Jan Klinge.

Toen in september 1811 de schoolopziener J.H.A. Muller alle scholen in het kanton Hardenberg had bezocht, stuurde hij daarvan een uitgebreid rapport naar de onderprefect van het arrondissement Deventer. Hij schreef onder andere: “Radewijk, eene zeer kleine boerschap, een uur van den Hardenbergh gelegen op de grenzen van het voormalig graafschap Bentheim. Deze school is thans mede vacant en daar er in die boerschap niet meer dan 12 à 15 kinderen kunnen ter school komen, zal het veel moeite hebben om aldaar eenen onderwijzer te bekomen. De schoolopziener concludeerde ook dat de pas getimmerde nieuwe school te Baalder op de verkeerde plaats was neergezet. Omdat ook Baalder zonder schoolmeester zat, was het beter geweest een combinatie van de scholen Radewijk, Den Velde en Baalder te maken. Hiervoor zou alsnog het wachthuis, gelegen tussen Hardenberg en Gramsbergen, kunnen worden ingericht”.

In 1833 vatte men het plan op een nieuwe school te bouwen. Hiertoe zond de burgemeester van Ambt Hardenberg het bestek van de nieuw te bouwen school naar de schoolopziener. Deze had verschillende op- en aanmerkingen t.a.v. het voorgestelde bouwplan. Hij vond o.a. dat de vorm van de ramen niet belangrijk was, zolang deze maar groot genoeg waren en voor het grootste gedeelte geopend konden worden voor verse lucht, ten einde de school behoorlijk van de bedorvene lucht te kunnen ontdoen hetwelk er zich zo spoedig in ophoopt. Hij raadde aan om bij het portaal een geheim gemak (toilet) en een waterbak te plaatsen, om zo een eind te maken aan de walgelijke stank rondom de school. Naast het meubilair, moest men er ook voor zorgen dat er een letterbord en een half dozijn letterplankjes kwam.

Overijsselsche Courant, d.d. 29 maart 1833: 
“Burgemeester en Assessoren der gemeente het Ambt Hardenbergh, zijn voornemens op donderdag den 11den april 1833, des voordemiddags ten 11 uren, ten huize van den kastelein J. Odink Dz. op den Rustenberg te Heemse, publiek, onder nadere approbatie van Hun Ed. Groot Achtb., de heeren Gedeputeerde Staten der Provincie, aan te besteden: Het bouwen van een nieuw schoolgebouw in de buurtschap Radewijk, ter zelfder gemeente. Liggende een bestek en teekening daaraf aldaar ter lezing en zijn verdere informatien daaromtrent te bekomen ter secretarie der gemeente. Heemse, den 26sten maart 1833. Ant. van Riemsdijk”. 

Na enige wijzigingen in het bestaande bestek werd het bouwen van de school voor een bedrag van f 530,- aangenomen door timmerman Abraham Koeslag uit Hardenberg. Het schooltje werd gebouwd op de plek waar nu het sportveld te vinden is, schuin tegenover het erve Clinge, en het was 5,97 ellen lang, 5,20 ellen breed en 3,30 ellen hoog (een el is 68 cm).

School stond in 1859 op perceel D-206.

Op 27 april 1881 werd in de raadsvergadering van Ambt Hardenberg besloten tot de bouw van drie nieuwe scholen in de gemeente, en wel in Brucht, Rheeze en Radewijk. De nieuwe school in Roke werd gebouwd op de noordwestelijke dertig roe van een perceel van 1 hectare, 51 aren en 70 centiaren, hetgeen op 9 februari 1882 gekocht werd voor een bedrag van f 270,- van Jan Broekroelofs te Radewijk. Kadastraal stond het perceel bekend als sectie D-218. De schoolbouw werd aangenomen door de firma Emmink uit Meppel voor een somma van ƒ 9944,- Er werd niet voldaan aan een verzoek van de ingezetenen van Radewijk om de school op een andere plek te bouwen, namelijk 200 meter westwaarts op de hoek van de huidige splitsing Stobbenhaarweg-Radewijkerweg. De motivatie bleek te gering.

De Vechtstreek, d.d. 28 mei 1938:
“De openbare scholen. Gedeputeerde Staten hebben goedkeuring verleend aan de besluiten van den raad dezer gemeente Ambt Hardenberg waarbij verklaard is dat de instandhouding van de openbare lagere scholen te Slagharen, Radewijk en Ebbenbroek in deze gemeente gevorderd wordt ingevolge art. 19 der Lager Onderwijswet 1920. Deze scholen blijven dus bestaan”.

Op 1 augustus 1985 werd de net honderd jaar oude school in Radewijk gesloten wegens een te gering aantal leerlingen. Enkele jaren na het sluiten van de school werd het gebouw verbouwd tot dorpshuis. Bij de heropening van het gebouw werd de oude naam Roke vervangen door een nieuwe: De Heugte.