Gedonder met commiezen in Radewijk.

Op 17 augustus 1836 verscheen Albert Roelofs uit Radewijk voor burgemeester Antoni van Riemsdijk om zijn beklag te doen. Deze stelde daarop het volgende proces-verbaal op:

Afschrift voor de Justitie. Op heden den 17en Augustus 1836, des morgens ten 9 uren, compareerde voor ons, Antoni van Riemsdijk, burgemeester der gemeente het Ambt Hardenbergh, kwartier van Sallandt, provincie Overijssel, Albert Roelofs, landbouwer, wonende te Radewijk in de gemeente, klaaglijk te kennen gevende:

Dat dezen morgen omstreeks half zeven uren zich aldaar occupeerende met het te zamen gaaren van het aanwezige rijfgraan of stroo op zijne akkers, en, in zijne naburige te velde staande boekweit eene aanmerkelijke plaats ziende, alwaar dezelve ter neder – of voor de grond liggende, ten gevolge eener leg- of rustplaats aldaar door twee manspersonen genomen en op welke, van dezelve geen antwoord ontvangende op zijne tot drie malen herhaalde vraag of uit zijn koorn zouden willen gaan? besloot toe te gaan en daartoe dan toe halver weg genaderd en hen nogmaals vragende of sliepen? op die vraag zag opspringen en door één hunner hem hoorde toeduwen: God verdoeme mij, wat zoekt gij ons hier te spionneeren? Ik zal uw doodschieten!

Dat bij het voormelde opspringen dier manspersonen dezelve al dadelijk herkende voor de commisen Bots en Van Kraanen, gestationeerd te Hardenbergh, de eerstgemelde aldaar en de laatstgemelde te Heemse in deze gemeente wonende, en dat aan dezen op derzelver voorzeide dreigement, eigentlijk uitgedrukt bij monde van den eerstgenoemden, replicerende, dat zo zij wat deden, zij ook nog wel iets zouden laten, de bedoelde commies Bots op hem kwam toespringen en hem klager met zijne bij zich hebbende buxs of geweer over het rechter-voorste-zijdelijk-gedeelte van het hoofd te slaan, ten gevolge dat daardoor zijne ophebbende slaapmutz niet alleen werd doorboord maar ook aan hem eene aanmerkelijke bloedende verwonding aan het voorhoofd ter lengte van wel twee vingeren breedte en op eenen afstand van nagenoeg drie vingeren breedte van den buitenhoek der wenkbraauw boven het regter oog werd toegebragt, welke thans ook nog niet ophield te bloeden en ook steeds gedurende zijnen togt na hier van 2 uren gaans was blijven bloeden.

Dat inmiddels heen gaande en door de commiesen voorzeid gevolgd wordende, al ras kwam te ontmoeten zijnen buurman Hendrik Ligtenberg en aan dezen vroeg of hij ook de opgegeven commiesen kende en dit door dezen geaffirmeerd wordende, bij zich heeft doen roepen Jan Lubberts, de knecht -, en Hendrik Ligtenberg, de zoon van zijnen voorzeiden buurman, die tijdens het gebeurde mest waren strooijende op den zogenaamden Takmans-Kamp, ten einde van dezen te verneemen wat van het gebeurde hadden gezien of gehoord, en dat ook deze beide hem hadden gezegd wel gezien te hebben dat geslagen werd. Van al het welk, wij burgemeester voornoemd dit proces-verbaal hebben opgemaakt, aan den klager duidelijk voorgelezen en dienna benevens den zelven getekendt ten gemeente huize te Heemse, ten jaare en dage als boven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.